Zijn vleeseters agressief?

Frans de Waal, column Psychologie Magazine

1 november 2013

https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/vleeseters-agressief/

De gekweekte 'hamburger' is dichterbij gekomen na alle publiciteit die de Nederlandse hoogleraar Mark Post ervoor heeft opgewekt. Wat een prachtige oplossing, vlees maken buiten het centrale zenuwstelsel om. Dat is waar we pijn ervaren, waar we lijden, en hetzelfde geldt voor andere dieren. Iedereen zou blij moeten zijn als we dit konden omzeilen.

Maar sommige vegetariërs hebben zo hun bedenkingen over 'moordloos' vlees. Ze koppelen vlees eten aan een lagere moraal. Vlees is slecht voor het milieu, slecht voor de gezondheid, en ook ethisch verwerpelijk. Daar zijn ze zó van overtuigd dat een Australische dierenarts onlangs een katje moest redden omdat de eigenaars, veganisten, het arme beest geen vlees wilden voeren. Het dier was op sterven na dood. 'Je kunt je ideologie niet zomaar aan een kat opleggen,' zei de dierenarts.

Je hoort wel vaker het vooroordeel dat vlees eten een gewelddadige houding vereist. En dan doel ik niet op de fantasiewereld van Diederik Stapel aangaande hufterige vleeseters, maar op wetenschappers zoals de Amerikaanse psychologe Melanie Joy, die mensen die dieren eten alleen maar als agressief kan zien.

Die stelling berust op een oud misverstand uit de jaren zestig, toen onze voorouders killer apes werden genoemd omdat ze vlees aten. De beroemde zoöloog Konrad Lorenz voelde zich geroepen uit te leggen dat jagen en agressie totaal verschillende zaken zijn. De kat die jaagt is stil, sluipt en maakt zich klein, terwijl de kat die ruzie met een andere kat heeft al zijn haren overeind zet, zijn rug bolt en sissende blaasgeluiden maakt. Het ziet er niet alleen anders uit, het is ook volledig anders gemotiveerd. Het eerste gedrag wordt gedreven door honger, het tweede door territoriale neigingen.

Iedereen die ooit door een stier een weiland is uit gejaagd weet dat herbivoren geen druppel minder agressief zijn dan carnivoren. En die gezellige honden en katten die we in huis houden en waarmee we zo'n goede relatie hebben, kunnen niet zonder vlees, zoals het Australische geval weer eens bevestigde.

Onze voorouders waren vrijwel zeker jager-verzamelaars, waarbij de twee geslachten veelal verschillende rollen vervulden. Ook in onze huidige maatschappij zijn mannen de meer fervente jagers en vissers, en de grotere vleeseters. Twee op de drie vegetariërs zijn vrouwen, voor wie zo'n dieet misschien makkelijker is vol te houden. Deze geslachtsverschillen gaan ver terug. Onze naaste verwanten, de chimpansees, eten bijna net zoveel vlees als veel menselijke jager-verzamelaars. Ook hier zijn het de mannen die het meeste jagen en vlees consumeren. Vrouwelijke chimpansees doen aan termieten- en mierenvangst, en zijn goede notenkrakers, waarmee ze zichzelf van eiwitten voorzien.

Mannelijke chimpansees jagen gecoördineerd op kleinere apen en duikers, een antilopesoort. Over de mogelijke voordelen van vlees in hun dieet wordt nog heftig gedebatteerd, maar dat vlees enorm gewaardeerd wordt lijdt geen twijfel. Een waar festijn breekt uit in het bos als er een prooi gepakt is. Voedseldeling met vrienden en vruchtbare vrouwen is een politiek proces van geven en nemen. Bij de mens wordt het gezamenlijk jagen en delen van de buit wel voorgesteld als het begin van de moderne samenleving. Dat is nog het meest ironisch aan de morele verwerping door vegetariĆ«rs: de evolutie van het menselijk gevoel voor rechtvaardigheid, wederkerigheid en saamhorigheid is waarschijnlijk gedrenkt in het bloed van onze prooien.